Nog steeds de sfeer van een dorpsschooltje, maar nu in een groot gebouw

Een gebouw waarin drie verschillende scholen voor gespecialiseerd onderwijs zijn gehuisvest, samen met een kinderopvangorganisatie en jeugdhulp. Dat vormt de basis van IKEC De Zevensprong in Hoorn. Het gebouw moest een plek worden waar leren, groeien, ontwikkelen en werken samenkomen. Het resultaat is meer dan geslaagd. Het geheim? “Vooraf zo vroeg mogelijk met de eindgebruiker aan tafel.”

De opdrachtgever achter het IKEC is de gemeente Hoorn; de scholengemeenschap is de eindgebruiker. Vanuit die hoedanigheid werd directeur Eline Peen al vroegtijdig betrokken. “In deze regio waren voorheen drie verschillende scholen verdeeld over zes oude locaties,” vertelt zij. “Die locaties waren dusdanig verouderd dat de situatie niet langer houdbaar was. Zodoende ontstond het plan voor nieuwbouw, waarbij alle drie de scholen onder één dak verder zouden gaan. Eén ding moest echter overeind blijven: we wilden nog steeds de sfeer van een kleinschalige dorpsschool, maar dan in een groot gebouw.”

Contact met de eindgebruiker

Edwin Swart van De Nijs werd projectleider voor het IKEC. “Hoewel de gemeente officieel onze opdrachtgever was, wilden we zo snel mogelijk met de eindgebruiker om de tafel,” deelt Edwin. “Het is essentieel dat juist hún wensen goed worden vertaald.” En zo gebeurde het ook. “In het overleg bleek bijvoorbeeld dat diverse installaties voor de pantry’s anders moesten worden aangelegd en dat de ophangsystemen van de digiborden anders uitgevoerd moesten worden dan oorspronkelijk was ingetekend.”

Die luisterende en meedenkende houding van De Nijs werd door Eline Peen enorm gewaardeerd. “We hebben verschillende sessies gehad,” vertelt zij. “Zo was er een sessie over het lichtplan, een sessie over de overige installaties en een sessie over het hang‑ en sluitwerk. Wij hadden een sterke visie en zagen helder hoe het eindbeeld eruit moest zien. De Nijs heeft met haar expertise geholpen om dat te vertalen naar het bouwproces. Zo’n gebouw realiseren is uitdagend, maar ik heb het hele traject als een heel prettig proces ervaren.”

Deurklinken op hoogte

IKEC De Zevensprong is geen standaard gebouw. “Het gebouw kent verschillende themapleinen waar diverse groepen aan grenzen,” licht Eline toe. “Geen enkel lokaal is hetzelfde en elk plekje is uniek. Leerlingen groeien als het ware mee met het gebouw en dat heeft ook consequenties voor de inrichting.” Het plaatsen van het deurbeslag is daar een goed voorbeeld van. “Bij de kinderopvang en de kleuters willen we natuurlijk niet dat kinderen zelfstandig naar buiten kunnen, maar voor de grotere kinderen geldt die beperking niet. Hoe los je zoiets op?”

“Daarover heeft De Nijs uitstekend meegedacht,” vervolgt Eline. “Wij waren gewend te werken met een dubbel slot, waardoor je altijd twee handen nodig had om de deur te openen. Dat is eigenlijk heel onhandig. De Nijs heeft dit probleem slim ‘omgedacht’ en stelde voor om de deurklinken veel hoger te plaatsen. Eenvoudig, maar enorm effectief. Nu kun je de deur met één hand openen. Dat is vele malen handiger. Je kunt gewoon zelf je koffie meenemen!”

Duurzaam

Ook op het gebied van duurzaamheid is het project bijzonder te noemen. “Dit gebouw is opgetrokken met een volledig houten draagconstructie,” licht Edwin toe. “Daarnaast is de isolatie gerealiseerd met houtwol. Dat is niet heel gebruikelijk, maar wel een bewuste keuze. De gevel is bekleed met bamboe, wat eveneens een duurzame oplossing is.”

“Tot slot de wandbekleding,” vervolgt hij. “Die is gemaakt van gerecyclede petflessen. Dat geeft een geweldig resultaat: enerzijds is het prettig voor de akoestiek en anderzijds fungeren de wanden direct als prikbord, waar leerkrachten op een multifunctionele manier gebruik van kunnen maken.” Het resultaat is een gebouw dat klaar is voor de toekomst, met een aanzienlijke CO₂‑reductie, een minimale ecologische voetafdruk en een uitstraling die goed past in de omgeving.

Schoolpleininrichting

Wat de bouw van het IKEC extra complex maakte, is dat tegelijkertijd werd gewerkt aan de inrichting van het schoolplein. “Wij wilden graag een groen plein realiseren,” vertelt Eline. “Het nadeel daarvan is dat groen tijd nodig heeft om te groeien. Daarom moest al worden gestart met de aanleg van het plein terwijl de bouw nog in volle gang was.” Ook dat vroeg om flexibiliteit van De Nijs, maar dat is volgens Eline uitstekend gelukt. “Ik vond de samenwerking sowieso heel prettig; ik voelde me gehoord en gezien. Zolang je beide openstaat voor ideeën en feedback, kun je prettig samenwerken.”

Daar sluit Edwin zich bij aan. “Nu hebben we een prachtig gebouw én gebruikers die tevreden zijn met wat we samen hebben gemaakt. Daar doen we het voor.”

 

De Nijs pakt door met hein en guus

Geen tijd. Geen zin. Iets “even snel willen doen”. Aan veel onveilige situaties ligt gedrag ten grondslag. Om elkaar aan te spreken op dit gedrag, werkt De Nijs met de methodiek hein en guus. Deze methode wordt ingezet om het veiligheidsbewustzijn te vergroten en wordt straks ook uitgerold naar gesprekken over kwaliteit, duurzaamheid en samenwerken.

De Nijs maakte bewust de keuze voor het programma van hein en guus. “Veiligheidsregels hebben we al genoeg,” vertelt Wendy Stam, KAM‑manager bij De Nijs. “Daar waren we niet naar op zoek. Wel voelden we behoefte aan een methodiek om gedrag bespreekbaar te maken. Collega’s weten dat ze hun veiligheidsbril, veiligheidsschoenen en gehoorbeschermers moeten dragen, maar toch gebeurt dat niet altijd. Wie daarnaar vraagt, krijgt vaak een excuus. De methode hein en guus geeft hulpmiddelen om daarover het gesprek aan te gaan. We spreken elkaar aan op excuses en geven het gewenste voorbeeld.”

Vanuit hein is Arjan Dietz als trainer verbonden aan De Nijs. “We zijn nu tweeënhalf jaar met elkaar onderweg,” vertelt hij. De trainer uit Krommeniedijk is gespecialiseerd in leiderschap, psychologie en gedrag. “Praten over veilig gedrag leer je niet van de ene op de andere dag. Dat vraagt om een cultuurverandering en daarvoor is tijd nodig. Inmiddels kunnen we stellen dat iedereen binnen De Nijs kennis heeft gemaakt met hein en guus. Ze kennen de methodiek en moeten nu vooral de stap maken om hier zelf mee te oefenen.”

Eigenwijs De Nijs

Dat proces zorgt soms voor frictie en weerstand. “Bij De Nijs werken types die over het algemeen wat eigenwijzer zijn dan gemiddeld,” neemt Wendy weer het woord. “Dat is ook niet vreemd; wij maken projecten die niet standaard zijn. Dat vraagt om doeners, collega’s die problemen aanpakken en denken in oplossingen. Kortom: eigenwijze types. Dat leidt in de meeste gevallen tot prachtige resultaten, maar staat in dit geval soms haaks op de uitgangspunten van hein en guus. Die methodiek vraagt om een andere aanpak en dat schuurt weleens.”

En toch is er hoop. “Het interessante is dat de jonge garde de methodiek gemakkelijker eigen maakt,” vervolgt Wendy. “Zij zijn open en onbevangen en kunnen collega’s meenemen in het goede voorbeeld. Dat is mooi, maar daarmee ben je er nog niet. Ook de gevestigde orde moet mee in onze cultuurverandering. Daar schuurt het soms. Maar zonder wrijving geen glans. We zijn goed op weg, al vraagt het om een lange adem.”

“Het interessante is dat de jonge garde de methodiek gemakkelijker eigen maakt.”

Bob jij of Bob ik?

Daar sluit Arjan zich bij aan. “Toen de overheid de Bob‑campagne lanceerde, moesten we daar ook allemaal aan wennen,” maakt hij de vergelijking. “Met hein en guus is dat net zo. Als je het gedachtegoed eenmaal echt eigen hebt gemaakt, wordt het vanzelfsprekend. Maar daar gaat nu eenmaal tijd overheen.”

In projecten werkt De Nijs intensief samen met onderaannemers. Ook van hen wordt verwacht dat zij veilig werken en elkaar aanspreken op veiligheidsgedrag. “Dat ondervangen we aan de voorkant,” licht Wendy toe. “Sinds enkele jaren werken we met voorkeursleveranciers: partijen waarmee we een samenwerkingsovereenkomst hebben, inclusief gedragsafspraken. Daarin spreken we af hoe we met elkaar over veiligheid in gesprek gaan. Daar mogen we elkaar aan houden en, als het nodig is, op aanspreken. Want veilig werken gaat verder dan alleen onze eigen mensen. Dat lukt alleen als we het samen doen.”

De doelstelling is dat alle collega’s van De Nijs steeds vaardiger worden in het gedachtegoed van hein en guus. “Dit hulpmiddel is voor iedereen toepasbaar,” stelt Wendy. “Wat doe ik? Waar voel ik weerstand? Wat zijn mijn excuses? Die vragen kun je stellen bij alle werkzaamheden, dus ook op kantoor.”

En daarmee zet De Nijs binnenkort een volgende stap. “Binnen hein en guus onderscheiden we drie fasen: ontdek hein, leer hein en verdiep hein,” vertelt Wendy. “Op het gebied van veiligheid zijn we zover dat we kunnen verdiepen. Daarnaast gaan we komend jaar verder ontdekken wat hein voor ons kan betekenen op het gebied van kwaliteit, duurzaamheid en integrale samenwerking. En ook daarin heeft iedereen een rol.”

Houtbouwconcept Tim® is resultaat van gouden driehoek van De Nijs met adviesbureau Lüning en LEVS architecten

Duurzaam bouwen heeft de toekomst. Alles moet efficiënter, sneller, met een lagere CO₂‑footprint én met minder mensen. Houtbouw is daarvoor een mooi middel. LEVS Architecten, adviesbureau Lüning en De Nijs Bouw en Ontwikkeling zijn ervan overtuigd dat je alleen stappen kunt maken door samen te werken. Samen legden zij de basis voor een nieuw duurzaam houtbouwconcept: Tim®.

Hoewel hout al eeuwenlang als bouwmateriaal wordt gebruikt, is het realiseren van volledig houten gebouwen nog relatief nieuw. En dat is eigenlijk vreemd, want hout kent enorm veel voordelen: het is snel, sterk, duurzaam en heeft een veel lagere CO₂‑footprint dan bouwen met staal en beton. Tegelijkertijd zijn er ook uitdagingen. Hoe ga je om met brandveiligheid? Hoe beperk je de risico’s van vocht? En wat betekent een houten gebouw voor de akoestiek?

De Nijs gelooft dat houtbouw een steeds belangrijkere rol gaat vervullen en kiest daarom bewust voor een pioniersrol. “Die rol kunnen we niet alleen vervullen,” vertelt Niek Schaap, projectontwikkelaar bij De Nijs. “We hebben partijen nodig die hier ook voor openstaan en samen met ons een onderzoekende houding willen aannemen. Wat kan wel met hout? Wat kan niet? Waar lopen we tegenaan? Welke problemen kunnen we aan de voorkant al wegnemen? Die vragen kun je alleen beantwoorden als je samenwerkt.”

“Als je niet deelt, kun je ook niet vermenigvuldigen.”

Twee partijen haakten aan: LEVS Architecten en adviesbureau Lüning. “LEVS staat bekend om haar kennis van woningbouw en de bijbehorende uitdagingen in complexe stedelijke context, en Lüning weet alles over houten constructies, modulair en circulair bouwen én over brandveiligheid, akoestiek en vocht,” vertelt Niek. “Als De Nijs weten wij hoe we moeten bouwen. Samen vormen we een gouden driehoek waarin het heel vertrouwd voelt om kennis en kunde met elkaar te delen vanuit een lerende en open sfeer. Als vanzelf rolde daar een concept uit: Tim®.”

Knopen

Bijzonder is dat het concept ontstond voordat er een concrete opdracht was. “Vanuit de opgave van het wonen en de bijbehorende woonkwaliteit hebben we diverse plattegronden ontwikkeld, waarbij we aan de voorkant al kritische knopen hebben opgelost,” vertelt architect Jurriaan van Stigt, partner bij LEVS Architecten. “Met ‘knopen’ bedoelen we standaard verbindingen, bijvoorbeeld tussen vloeren en wanden of tussen balken en kolommen. In deze knopen hebben we alle vraagstukken rondom geluid, brand en draagkracht integraal opgelost. Het is de blauwdruk geworden voor volgende gebouwen.”

“Gedurende de rit leren we van alles.”

Boeierstraat Purmerend

Een van de eerste projecten waarin het concept Tim® in de praktijk wordt toegepast, bevindt zich aan de Boeierstraat in Purmerend. “Tijdens het proces leren we ontzettend veel,” vult Rudi Roijakkers, senior adviseur bij adviesbureau Lüning, aan. “Alle kennis die we opdoen nemen we mee, zodat we morgen de 2.0‑versie van onszelf kunnen zijn. De kracht zit in de detaillering. Straks maakt het niet meer uit of we een gebouw van vier verdiepingen maken of een gebouw van veertig meter hoog. Nu deze knopen zijn opgelost, kunnen we alles samenstellen.”

Brandveiligheid en vocht

Met Tim® vervullen de drie partijen gezamenlijk een pioniersrol. “De huidige normen zijn nog niet toegespitst op deze bouwmethodiek,” legt Rudi uit. “Het vraagt extra kennis en inzet om details scherp te onderzoeken en te monitoren. Hoe zit het bijvoorbeeld met brandveiligheid? En hoe voorkom je vocht? Dat zijn vraagstukken waar verzekeraars grote zorgen over hebben.” Het voordeel van deze pioniersrol is dat de partijen aan de voorkant kunnen meedenken. “We brengen onze nieuwe kennis in bij normcommissies en dagen hen uit om hier verder over na te denken. Inmiddels zijn we zelf alweer een stap verder en focussen we ons op de detaillering.”

Een risicovolle plek in houtbouw zijn koudebruggen: punten waar buiten overgaat in binnen. Om deze te voorkomen, moest het ontwerp worden aangepast. “Daarnaast zijn we ons er volledig van bewust dat het hout droog moet blijven, zowel vooraf als tijdens de bouw,” vervolgt Rudi. “Hoe doen we dat? En hoe maken we dat praktisch, haalbaar en opschaalbaar? Dat zoeken we nu samen uit. En juist dat samen uitvinden is het allerleukste wat er is.”

Eén oplossing: duurzaam bouwen

De drie pioniers halen veel energie uit dit project. “Enerzijds is er een grote woningopgave, anderzijds spelen er grote uitdagingen op het gebied van klimaat en is er een tekort aan technische vakmensen,” neemt Niek weer het woord. “Er is maar één oplossing: slimme, duurzame gebouwen maken. Betonbouw kennen we inmiddels wel. Maar hoe kan het anders? Beter? Sneller? Slimmer? Daar samen over nadenken en dat samen uitvinden is het leukste wat er is.”

“Met Tim® hebben we een slimme en efficiënte manier van bouwen ontwikkeld, met een veel lagere CO₂‑uitstoot én waarbij minder mensen nodig zijn,” besluit hij. “Dat werkt inspirerend en dat vinden we mooi. Daarom willen we onze nieuwe kennis volop delen. Want als je niet deelt, kun je ook niet vermenigvuldigen. Misschien kunnen we beton‑ en staalbouw aanzetten om anders naar de bouwopgave te kijken. Wellicht wordt de stelregel wel: beton waar het moet, hout waar het kan. En daar zijn wij klaar voor.”

Stadgenoot en De Nijs zetten samen de schouders onder woningbouw voor Amsterdam

Het project Kubus Katrijp is nog niet eens opgeleverd of de volgende samenwerking tussen woningcorporatie Stadgenoot en De Nijs staat alweer klaar. Zowel in de Van der Kunbuurt als in Hoekenes starten binnenkort nieuwe projecten. De samenwerking bevalt Stadgenoot uitstekend. “De Nijs is proactief, zorgvuldig, open en gedegen,” zegt directeur Egbert Dekker. “Dat is zeer prettig samenwerken en smaakt dus naar meer.”

Egbert Dekker is directeur Vastgoed en Ontwikkeling bij de Amsterdamse woningcorporatie Stadgenoot; een functie die uitstekend bij hem past. “Ik woon in Amersfoort, maar werk al jarenlang met ontzettend veel plezier in Amsterdam,” begint hij. “Deze stad heeft een geheel eigen dynamiek en brengt flinke uitdagingen met zich mee. We hebben te maken met beperkte ruimte, diverse culturen en andere grootstedelijke opgaven. Dat maakt het leuk.” Dat vinden ze bij Stadgenoot niet alleen; ook voor De Nijs is dit type binnenstedelijke ontwikkeling op het lijf geschreven. “We werken al jaren naar goede tevredenheid met elkaar samen.”

Volgens Egbert zit die goede samenwerking onder andere in de proactieve houding van De Nijs. “Daarnaast is deze aannemer zorgvuldig en gedegen,” zegt hij. “Ze komt met voorstellen en neemt haar verantwoordelijkheid. Dat werkt prettig samen.”

“Dat is zeer prettig samenwerken en smaakt dus naar meer”

Kubus Katrijp

Kubus Katrijp is een van de projecten waarvoor Stadgenoot een partner zocht. “Dit project bevindt zich in Amsterdam-Noord en bestaat uit 257 woningen, waarvan 152 sociale huurwoningen en 105 koopwoningen,” vervolgt Egbert. “Om dit project te realiseren hebben we een tender uitgeschreven, die De Nijs heeft gewonnen.” Voor De Nijs was het project tweeledig: het bedrijf ontwikkelde de koopwoningen en bouwde voor Stadgenoot de sociale huurwoningen, die turnkey werden opgeleverd.

En dat heeft De Nijs volgens Dekker goed gedaan. “Er lag al een schetsontwerp, maar verder heeft De Nijs alles opgepakt,” zegt hij. “Van planologische ontwikkeling tot het aanvragen van de omgevingsvergunning en alle zaken rondom de bouw. Dat gebeurde uiteraard voortdurend in overleg. Ook wanneer wij wensen of eisen hadden, kwam De Nijs met nette voorstellen. Dat ging uiterst oplossingsgericht.”

“Ik moet toegeven dat ik onder de indruk ben van wat hier is gerealiseerd.”

Indrukwekkend

Inmiddels is het project bijna afgerond. “Ik moet toegeven dat ik echt onder de indruk ben van wat hier is gerealiseerd,” stelt Dekker. “Het volume is indrukwekkend en bovendien is de uitvoering zeer zorgvuldig en gedetailleerd gedaan. Ik kom niet heel vaak in die hoek van de stad, maar als ik er ben, kijk ik mijn ogen uit. Dat moet voor de toekomstige bewoners ook een heel fijne plek zijn.”

Hoekenes

Voor Stadgenoot smaakt de samenwerking met De Nijs dus naar meer. “Er staan zelfs al twee nieuwe projecten op stapel,” voegt Egbert lachend toe. “Een daarvan is Hoekenes. Daar gaan we 88 kleine duplexwoningen slopen, zodat hier ongeveer 150 nieuwe woningen kunnen worden gebouwd.” De nieuwe woningen worden verhuurd in het middensegment en daarnaast komen er koopwoningen, die via De Nijs worden verkocht. “Dit wordt dus opnieuw een samenwerking in bouwen en ontwikkelen. Precies waar De Nijs goed in is.”

Het laatste project bevindt zich langs de Amstel. “Dat is in de Van der Kunbuurt, vlak bij station Amstel,” vertelt Egbert Dekker. “Het wordt een groot project waarbij De Nijs 400 sociale huurwoningen gaat realiseren. Direct hiernaast bouwt Ballast Nedam nog eens 365 woningen.” Alles bij elkaar levert dit een belangrijke bijdrage aan de grote woningbehoefte van de stad. “Soms blijf ik me daar zelf ook over verbazen,” besluit Dekker. “Maar het is gewoon zo: zo’n stad is nooit af.”

Vakmanschap ten top bij restauratie Slachthuis Haarlem

Voorheen was het een slachthuis, straks een bruisend gebied waar wonen, werken en recreëren samenkomen. Vanwege de rijke geschiedenis hebben alle panden een monumentale status. Het uitgangspunt is dan ook: behoud waar het kan, alleen nieuw als het moet. De transformatie vraagt daarom om vakmanschap, kennis van oude materialen, creatief timmerwerk én een flexibele houding.

Uitvoerder Antoine Terluin en zijn team startten een jaar geleden met de renovatie en restauratie van het Slachthuis in Haarlem. Wie goed kijkt, herkent nog steeds de stallen waar dieren tijdelijk werden ondergebracht, de slachtruimtes en de diverse koelruimtes. Veel details blijven behouden, zodat ze de verhalen uit de geschiedenis blijven illustreren. Tegelijkertijd was een grootschalige ingreep noodzakelijk om het gebied straks een nieuwe bestemming te kunnen geven.
“De enorme gebouwen waren er heel slecht aan toe,” vertelt Antoine. “Alles was dichtgetimmerd, oud en verrot. Er waren nauwelijks ramen of daglicht; het was een enorm donkere bedoening.”

Daar zal straks niets meer van te merken zijn. Onder het dak van de voormalige slachterij komen onder andere twee restaurants, diverse kantoren en een sportschool. “Voor die nieuwe functies moet het volledige gebouw worden geïsoleerd. Nieuwe aansluitingen zijn essentieel, er zijn akoestische oplossingen nodig en er moet daglicht worden toegevoegd.”

Behoud waar het kan, alleen nieuw als het moet

En dan wordt het ingewikkeld…

Enerzijds moeten zoveel mogelijk originele onderdelen behouden blijven, terwijl het tegelijkertijd noodzakelijk is om nieuwe elementen toe te voegen, zoals isolatie, vloerverwarming, verlichting en duurzame oplossingen.
“Juist dát maakt dit project zo leuk,” vervolgt Antoine. “Ik hou van moeilijke werken. Waar je bij nieuwbouw precies maakt wat op de tekening staat, is dat bij restauratie onmogelijk. Je komt altijd onverwachte dingen tegen en daar moet je iets mee.”

De meterkast

Een van die uitdagingen was de meterkast. “Een meterkast heeft een minimale diepte van veertig centimeter en zo was het ook ingetekend,” legt Antoine uit. “In de praktijk bleek dat niet te passen; dan zouden we door de buitengevel gaan. Dat was natuurlijk geen optie.”
Samen zocht het team naar een alternatief. “Wat kan wél? Nu ligt de kast een aantal centimeters verder naar binnen. Niet zoals op de tekening, maar praktisch opgelost én esthetisch mooi uitgevoerd. Wij zien dat niet als problemen, maar als leuke uitdagingen. Er is altijd een oplossing te bedenken, zolang je maar met elkaar in gesprek blijft.”

De buurt

De bouwlocatie van het Slachthuis bevindt zich midden  in een gloednieuwe woonwijk. Dat vraagt om goede communicatie met de omwonenden. “Gelukkig is de buurt ontzettend positief over dit project”, vertelt Antoine. “Eerst keken zij tegen een groot, donker, lekkend hol aan. Dat was een doorn in het oog. Straks wordt het een bruisende plek waar zij ook fijn kunnen recreëren. Daar kijken ze wel naar uit.’’ Natuurlijk geeft een bouwlocatie ook overlast. “Daarom hebben we hen vanaf het begin zo goed mogelijk meegenomen. Dat oogstte volop positieve reacties. Ze vinden het super dat het opknapt. Inmiddels ken ik de buurtgenoten goed. Elke maand breng ik een nieuwsbrief uit waarin ik hen op de hoogte breng van de vorderingen. Dat contact verloopt heel goed. Bovendien zit er voor ons nóg een positieve kant aan: zij zijn mijn ogen en oren op de bouwplaats. Mocht iets gebeuren, kunnen we heel snel schakelen. Ook dat is super fijn.”

Muren van zeventig centimeter dik

Ook tijdens het sloopproces dook een bijzondere uitdaging op. “De muren waren hier wel zeventig centimeter dik,” vertelt Antoine. “Dan moet je heel weloverwogen te werk gaan om de constructieve veiligheid te behouden, terwijl je grote openingen wilt maken. We hadden er een zaagblad van 180 centimeter doorsnede bij nodig. Dat zijn spannende, maar ook fantastische momenten. En het resultaat mag er zijn.”

Collega’s Benno en Sander, beiden timmerman, delen dat enthousiasme. “Zo’n werk is prachtig,” vertelt Benno vanaf de steiger op het dak van de watertoren op het Slachthuisterrein. “Vooraf weet je nooit precies wat je aantreft. Hier bleek bijvoorbeeld een deel van de draagbalken verrot. Sander heeft daar met nieuw hout een passend stuk in gemaakt. Behoud gaat altijd voor nieuw, maar soms is behoud simpelweg niet mogelijk. Dan moet je op zoek naar een passende oplossing. En dát is vakmanschap.”

Hij vervolgt: “Dit is prachtig timmerwerk. Kijk bijvoorbeeld naar de dakgoten van het voormalige Slachthuis; die zijn echt mooi geworden. Datzelfde geldt voor de lichtstraten die we hebben aangebracht. Straks ontstaat hier een prachtige passage. En als deze watertoren straks uit de steigers is, is dat echt een plaatje.”

Ook Antoine kijkt met trots naar het werk. “Moet je die natuurstenen neuten zien,” zegt hij. “Kun je zien welke nieuw zijn en welke origineel? Een aantal was zo beschadigd dat vervanging noodzakelijk was. Die hebben we speciaal opnieuw laten maken van natuursteen. Technisch nieuw, maar zo goed uitgevoerd dat je het nauwelijks ziet. Je moet het echt weten.”
“Oud en nieuw zijn in dit gebouw overal met elkaar verweven. Soms moest je met nieuwe technieken juist het oude herstellen. Dat maakte dit werk zo bijzonder. Ik zou hierna gerust nog zo’n project willen doen. Kom maar door!”

 

Slachthuisterrein Haarlem krijgt verder vorm: nieuwe ondernemers sluiten aan

De herontwikkeling van het Slachthuisterrein in Haarlem gaat een nieuwe fase in. Ontwikkelcombinatie BPD – De Nijs B.V. transformeert het voormalige slachthuisgebied tot een gemengd woon- en werkgebied waar duurzaamheid, ondernemerschap en ontmoeting centraal staan. De ruim 160 duurzame nieuwbouwwoningen zijn inmiddels gerealiseerd en bewoond. Nu is het iconische hoofdgebouw – het voormalige Slachthuis – aan de beurt.

Met de komst van nieuwe, Haarlemse ondernemers krijgt het terrein steeds meer betekenis als levendige plek voor de buurt en de stad. Recent hebben Marcel’s Green Soap en Bar Italo hun huurovereenkomst getekend. De opening van hun ruimtes staat gepland voor medio 2026.

Het Slachthuisterrein als creatieve en ondernemende hotspot

Bij de herontwikkeling van het Slachthuisterrein is bewust gekozen voor een mix van wonen, werken en voorzieningen. Alle huurders in het voormalige Slachthuis zijn Haarlemse ondernemers die zich herkennen in het karakter van de plek en willen bijdragen aan een open, toegankelijke community.

Eerder tekenden onder andere Fundamentals (personal training gym), Jackie’s Bar & Cuisine en VinylFreaks al hun huurovereenkomst. Met de toevoeging van Marcel’s Green Soap en Bar Italo wordt het aanbod verder versterkt en krijgt het terrein steeds meer reuring.

Marcel’s Green Soap verhuist naar het Slachthuisterrein

Marcel’s Green Soap is een duurzaam schoonmaakmerk met Haarlemse roots, opgericht door Marcel Belt. Wat begon als een lokaal initiatief groeide uit tot een merk dat inmiddels nationaal en internationaal wordt verkocht. De verhuizing naar het Slachthuisterrein markeert een volgende stap in die ontwikkeling.

Na jaren gevestigd te zijn geweest in De Greiner, een pand met veel historie, was de wens duidelijk: doorgroeien op een plek met hetzelfde karakter. Die match werd gevonden in het voormalige Slachthuis.

CEO (of zoals hij zichzelf noemt Chief Soap Officer) Barend den Heijer licht toe:

“Wij komen uit De Greiner, een pand met veel karakter en historie. Dat wilden we vasthouden. We zijn een echt Haarlems bedrijf, authentiek en met karakter. Dat past perfect bij het Slachthuisterrein. Ik ben dolblij dat we hier verder kunnen groeien en een nieuwe community kunnen bouwen. Wij stellen ons open voor de buurt: iedereen is welkom.”

Bar Italo brengt pizza, spel en ontmoeting samen

Ook Bar Italo vestigt zich op het Slachthuisterrein, aan het Rockplein in de Slachthuiswijk. Ondernemer Fernant Bos introduceert hier een vernieuwend pizza & play-concept: een restaurant met verse pizza’s op de begane grond en een speelse arcade op de entresol.

De sfeer is een mix van Italo Disco, retro invloeden en eigentijdse smaken. Een plek waar je niet alleen komt om te eten, maar om echt een avond uit te beleven.

Fernant Bos was al vroeg betrokken bij de ontwikkeling:

“Toen wij ons inschreven voor een woning in dit nieuwbouwproject, zijn we ook direct in gesprek gegaan over de horeca. Ik wil graag iets toevoegen aan de Slachthuisbuurt en de stad. Ons concept is uniek en past perfect bij deze plek.”

Op de entresol is ruimte voor onder meer pool, airhockey, digitaal sjoelen en tafelvoetbal. Daarnaast komen er twee karaokeruimtes om de avond zingend af te sluiten. Bar Italo richt zich daarmee op zowel volwassenen als kinderen en wordt een laagdrempelige ontmoetingsplek voor de buurt.

Nog ruimte voor creatieve ondernemers

De herontwikkeling van het voormalige Slachthuis is nog niet afgerond. Er zijn nog ruimtes beschikbaar voor creatieve en ondernemende Haarlemse ondernemers die zich willen aansluiten bij deze groeiende community. Meer informatie is te vinden op www.slachthuisterrein.nl/verhuur of via ontwikkeling.noordwest@bpd.nl.

De feestelijke opening van het Slachthuisterrein staat gepland voor medio 2026. (Bron foto: Haarlem City Blog).

Officieel tekenmoment definitieve opdracht Project Jade (Rhenenhof)

Woensdag 21 januari vond het officiële tekenmoment van de definitieve opdracht plaats tussen Eigen Haard en De Nijs voor Project Jade aan het Rhenenhof in Amsterdam Zuidoost. Een belangrijke stap richting de daadwerkelijke realisatie van dit waardevolle woonproject.

Namens Eigen Haard waren Anke Huntjens, Maaike Alles, Jos Witjes en Riemer de Bruin aanwezig. Vanuit De Nijs waren dit Mike Coffeng, Tom Stoop, Peter Stavenuiter en Ronald Verheijden.

Project Jade omvat de bouw van 55 nieuwe sociale huurwoningen in de wijk Reigersbos. Hiervan zijn er 48 speciaal voor senioren bestemd. Hiermee wordt ingespeeld op de groeiende behoefte van ouderen om in hun vertrouwde buurt te kunnen blijven wonen.

Verder omvat het project 7 studio’s, een gemeenschappelijke fietsenstalling, individuele bergingen en een ontmoetingsruimte naast de centrale entree. Het gebouw krijgt bovendien een groen dak, wat bijdraagt aan een duurzame en toekomstbestendige leefomgeving.

Met de ondertekening van de definitieve opdracht zetten Eigen Haard en De Nijs gezamenlijk de stap van voorbereiding naar uitvoering. De bouw van Jade kan nu écht beginnen.

Rhoman treedt toe tot de directie van De Nijs: “Samen bouwen aan een toekomst waar we trots op zijn”

Met trots kondigen wij aan dat Rhoman per januari 2026 tot de directie van De Nijs is toegetreden. Een mijlpaal voor zowel hem als voor onze organisatie én een logische stap na ruim 21 jaar betrokkenheid, groei en toewijding.

Van open sollicitatie tot directiekamer

Ruim twee decennia geleden stapte Rhoman binnen bij De Nijs met een open sollicitatie en een gezonde dosis onzekerheid. “We geven je een tijdelijk contract, want we weten niet of we volgend jaar genoeg werk hebben,” kreeg hij destijds te horen. Toch besloot hij ervoor te gaan — met vertrouwen in zichzelf én in het bedrijf. Meer dan twintig jaar later kan hij alleen maar zeggen dat het een keuze is geweest die zijn leven én carrière heeft gevormd.

Rhoman omschrijft zichzelf als nuchter, pragmatisch en mensgericht. Met als extra eigenschap: altijd positief. Voor hem voelt De Nijs als een familiebedrijf in de breedste zin van het woord. “De cultuur, de korte lijnen, de manier waarop mensen hier met elkaar omgaan dat zit diep. Je krijgt hier de ruimte om te groeien, om fouten te maken en om verantwoordelijkheid te nemen. Ik heb mezelf hier kunnen ontwikkelen, en dat gun ik iedereen die binnenkomt.”

Bouwen aan stabiliteit, toekomst en vakmanschap

In zijn nieuwe rol kijkt Rhoman vooral uit naar het gezamenlijk bouwen aan de toekomst. “Niet alleen letterlijk, maar ook als organisatie. Het idee dat we samen iets neerzetten waar we over tien of twintig jaar trots op zijn, geeft me enorm veel energie.” Een van de grootste uitdagingen in de sector ziet hij in het tekort aan vakmensen. “De mensen die met hun handen én hun hart bouwen aan onze projecten worden steeds schaarser. Dat vraagt om slimme keuzes in ontwikkeling, opleiding en waardering.” Daarnaast wil hij zich de komende jaren richten op continuïteit. “We zijn vaak óf heel druk, óf het is ineens weer rustig. Dat ritme van hollen en stilstaan kost veel energie. Ik wil toewerken naar meer stabiliteit voor onze projecten, onze teams én onze afdelingen.”

Goed leiderschap is mensen ruimte geven

Voor Rhoman betekent goed leiderschap vooral: ruimte geven. “Ruimte om te groeien, om verantwoordelijkheid te nemen, en om te laten zien wat ze in huis hebben. Ik geloof dat mensen tot hun recht komen wanneer ze vertrouwen krijgen, niet wanneer alles wordt dichtgeregeld.” Wat hij hoopt dat medewerkers later over hem zeggen? “Dat ze met plezier naar hun werk gaan. En als iemand ooit zegt: ‘Dankzij Rhoman heb ik plezier in mijn werk’, dan is dat voor mij het mooiste compliment dat ik kan krijgen.”

Project Noorderlicht is aanwinst voor Warmenhuizen

Noorderlicht is een nieuwe wijk op de grens van Warmenhuizen en Tuitjenhorn waar tot grote tevredenheid wordt gewoond door starters, ouderen en vluchtelingen uit Oekraïne. Een mooi resultaat van een mooi bouwproces. “Met nauwelijks opleverpunten, een minimale hoeveelheid bouw‑ en sloopafval én een fantastische samenwerking met de omgeving is dit een heel positief project,” vertelt uitvoerder Bart Deen. “Ik zou het zo weer doen.”

Het project Noorderlicht is een woningbouwproject met een breed maatschappelijk doel. De eerste fase van het project richtte zich op het bieden van onderdak aan de grote stroom vluchtelingen uit Oekraïne. De tweede fase – die werd opgeleverd in 2025 – richtte zich meer op starters en ouderen uit Warmenhuizen, Tuitjenhorn en omgeving. “De Nijs heeft hier in opdracht van woningcorporatie Wooncompagnie 62 beneden‑bovenwoningen gerealiseerd,” vertelt Bart Deen. Hij is uitvoerder en richt zich met name op de middelgrote werken. Project Noorderlicht is hem op het lijf geschreven. “Deze beneden‑bovenwoningen zijn gerealiseerd als traditioneel bouwproject,” licht hij toe. “Met kalksteenwanden, betonnen vloeren en dakpannen. Het is heel mooi geworden.”

Focus op oplevering

Al tijdens het project werden heldere afspraken gemaakt over de oplevering. “Nog voordat de woningen definitief werden opgeleverd, is overgegaan tot een vooropname,” licht Bart toe. “Samen met een 

op

zichter vanuit de woningcorporatie is een inspectie uitgevoerd. Naar aanleiding van deze inspectie konden vrijwel alle punten al worden opgelost.” Het woningbouwproject bestaat uit acht blokken en bij twee blokken waren zelfs helemaal geen opleverpunten. “Dat was een heel mooi en prettig verlopen opleverproces.”

Geen bouw‑ en sloopafval

Waar Bart ook met trots op terugkijkt, is het proces rondo

m de afvalscheiding op de bouwplaats. “De bouwplaats bevindt zich midden in een wijk,” zegt hij. “Hoe kun je dan toch goed afval scheiden? Daar hebben wij samen met afvalverwerker GP Groot over nagedacht vanuit een stellig uitgangspunt: géén bouw‑ en sloopafval. Dat is een ontzettend ambitieus doel. Hoe konden we dat bereiken?”

De oplossing werd gevonden in het gebruik van rolcontainers van 1100 liter en gaascontainers van 2850 liter. “Voor iedere afvalstroom werd een aparte container gebruikt: een container voor folie, een container voor tempex, een container voor harde kunststoffen zoals PVC en zelfs een aparte container voor alle bandjes rondom de kalkzandstenen.”

Maar met uitsluitend aparte containers ben je er niet. Het correct scheiden van afval zit ook in gedrag. “Daarom hebben wij ervoor gezorgd dat de bakken altijd in de buurt stonden,” stelt Bart. “Afval scheiden moet je zo gemakkelijk mogelijk maken. Dat vraagt om goede voorbereiding, voldoende ruimte en duidelijke sturing. En dat hebben we goed gedaan.”

“Voor iedere afvalstroom werd een aparte container gebruikt.”

En of het project volledig zonder bouw‑ en sloopafval is gerealiseerd? “Nee,” moet Bart toegeven. “Dat zou een utopie zijn. Maar we hebben het wel enorm teruggedrongen. Het bouw‑ en sloopafval dat er nog wél was, hebben we afgevoerd met een perscontainer. Het grote voordeel daarvan was dat deze veel minder vaak geleegd hoefde te worden. Daardoor waren ook veel minder vervoersbewegingen nodig.”

Thuiswedstrijd

Voor De Nijs was het lokale project een fantastische thuiswedstrijd. “Zo’n nieuwe wijk betekent veel voor het dorp,” besluit Bart. “Inmiddels wordt hier fijn gewoond. De jeugd heeft een plek gevonden. En voor onze jongens was het ook een leuk project om aan te werken. Sommigen kwamen zelfs op de fiets! Mogelijk vindt in de toekomst in dit gebied nog een verdere ontwikkeling plaats. Dat zou heel mooi zijn. Wij zijn erbij. Zo’n project zou ik zo weer doen!”

De Nijs ondertekent Houtbouw Pact MRA

Het is de ambitie van de organisatie achter Houtbouw Pact MRA om vanaf 2030 20% van de woningproductie in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) van hout en andere biobased materialen te kunnen realiseren. Hierdoor kunnen woningen sneller en duurzamer worden gebouwd. Dat levert jaarlijks een reductie op van circa 220.000 ton CO2-uitstoot en een aanzienlijke vermindering van de uitstoot van stikstof. Houtbouwwoningen die op een industriële wijze worden geproduceerd en op voldoende locaties kunnen worden gebouwd, zijn niet alleen betaalbaarder. Ook worden ze gemaakt van gezonde materialen en zorgen voor minder bouwafval.

Recent ondertekende De Nijs bouw en ontwikkeling als partner het Houtbouw Pact MRA, wat in 2026 van start zal gaan. De stap om aan te sluiten bij Houtbouw Pact MRA ligt in het verlengde van het mede door De Nijs ontwikkelde Tim®. Een betaalbare en flexibele biobased houtbouwmethodiek.

De afgelopen periode heeft De Nijs 63 houtbouwwoningen opgeleverd en staan er 223 woningen in uitvoering. Voor de korte termijn zijn er 171 houtbouwwoningen in voorbereiding en lopen er tenders voor meer dan 300 woningen in hout.