Nog steeds de sfeer van een dorpsschooltje, maar nu in een groot gebouw

Een gebouw waarin drie verschillende scholen voor gespecialiseerd onderwijs zijn gehuisvest, samen met een kinderopvangorganisatie en jeugdhulp. Dat vormt de basis van IKEC De Zevensprong in Hoorn. Het gebouw moest een plek worden waar leren, groeien, ontwikkelen en werken samenkomen. Het resultaat is meer dan geslaagd. Het geheim? “Vooraf zo vroeg mogelijk met de eindgebruiker aan tafel.”

De opdrachtgever achter het IKEC is de gemeente Hoorn; de scholengemeenschap is de eindgebruiker. Vanuit die hoedanigheid werd directeur Eline Peen al vroegtijdig betrokken. “In deze regio waren voorheen drie verschillende scholen verdeeld over zes oude locaties,” vertelt zij. “Die locaties waren dusdanig verouderd dat de situatie niet langer houdbaar was. Zodoende ontstond het plan voor nieuwbouw, waarbij alle drie de scholen onder één dak verder zouden gaan. Eén ding moest echter overeind blijven: we wilden nog steeds de sfeer van een kleinschalige dorpsschool, maar dan in een groot gebouw.”

Contact met de eindgebruiker

Edwin Swart van De Nijs werd projectleider voor het IKEC. “Hoewel de gemeente officieel onze opdrachtgever was, wilden we zo snel mogelijk met de eindgebruiker om de tafel,” deelt Edwin. “Het is essentieel dat juist hún wensen goed worden vertaald.” En zo gebeurde het ook. “In het overleg bleek bijvoorbeeld dat diverse installaties voor de pantry’s anders moesten worden aangelegd en dat de ophangsystemen van de digiborden anders uitgevoerd moesten worden dan oorspronkelijk was ingetekend.”

Die luisterende en meedenkende houding van De Nijs werd door Eline Peen enorm gewaardeerd. “We hebben verschillende sessies gehad,” vertelt zij. “Zo was er een sessie over het lichtplan, een sessie over de overige installaties en een sessie over het hang‑ en sluitwerk. Wij hadden een sterke visie en zagen helder hoe het eindbeeld eruit moest zien. De Nijs heeft met haar expertise geholpen om dat te vertalen naar het bouwproces. Zo’n gebouw realiseren is uitdagend, maar ik heb het hele traject als een heel prettig proces ervaren.”

Deurklinken op hoogte

IKEC De Zevensprong is geen standaard gebouw. “Het gebouw kent verschillende themapleinen waar diverse groepen aan grenzen,” licht Eline toe. “Geen enkel lokaal is hetzelfde en elk plekje is uniek. Leerlingen groeien als het ware mee met het gebouw en dat heeft ook consequenties voor de inrichting.” Het plaatsen van het deurbeslag is daar een goed voorbeeld van. “Bij de kinderopvang en de kleuters willen we natuurlijk niet dat kinderen zelfstandig naar buiten kunnen, maar voor de grotere kinderen geldt die beperking niet. Hoe los je zoiets op?”

“Daarover heeft De Nijs uitstekend meegedacht,” vervolgt Eline. “Wij waren gewend te werken met een dubbel slot, waardoor je altijd twee handen nodig had om de deur te openen. Dat is eigenlijk heel onhandig. De Nijs heeft dit probleem slim ‘omgedacht’ en stelde voor om de deurklinken veel hoger te plaatsen. Eenvoudig, maar enorm effectief. Nu kun je de deur met één hand openen. Dat is vele malen handiger. Je kunt gewoon zelf je koffie meenemen!”

Duurzaam

Ook op het gebied van duurzaamheid is het project bijzonder te noemen. “Dit gebouw is opgetrokken met een volledig houten draagconstructie,” licht Edwin toe. “Daarnaast is de isolatie gerealiseerd met houtwol. Dat is niet heel gebruikelijk, maar wel een bewuste keuze. De gevel is bekleed met bamboe, wat eveneens een duurzame oplossing is.”

“Tot slot de wandbekleding,” vervolgt hij. “Die is gemaakt van gerecyclede petflessen. Dat geeft een geweldig resultaat: enerzijds is het prettig voor de akoestiek en anderzijds fungeren de wanden direct als prikbord, waar leerkrachten op een multifunctionele manier gebruik van kunnen maken.” Het resultaat is een gebouw dat klaar is voor de toekomst, met een aanzienlijke CO₂‑reductie, een minimale ecologische voetafdruk en een uitstraling die goed past in de omgeving.

Schoolpleininrichting

Wat de bouw van het IKEC extra complex maakte, is dat tegelijkertijd werd gewerkt aan de inrichting van het schoolplein. “Wij wilden graag een groen plein realiseren,” vertelt Eline. “Het nadeel daarvan is dat groen tijd nodig heeft om te groeien. Daarom moest al worden gestart met de aanleg van het plein terwijl de bouw nog in volle gang was.” Ook dat vroeg om flexibiliteit van De Nijs, maar dat is volgens Eline uitstekend gelukt. “Ik vond de samenwerking sowieso heel prettig; ik voelde me gehoord en gezien. Zolang je beide openstaat voor ideeën en feedback, kun je prettig samenwerken.”

Daar sluit Edwin zich bij aan. “Nu hebben we een prachtig gebouw én gebruikers die tevreden zijn met wat we samen hebben gemaakt. Daar doen we het voor.”

 

Houtbouwconcept Tim® is resultaat van gouden driehoek van De Nijs met adviesbureau Lüning en LEVS architecten

Duurzaam bouwen heeft de toekomst. Alles moet efficiënter, sneller, met een lagere CO₂‑footprint én met minder mensen. Houtbouw is daarvoor een mooi middel. LEVS Architecten, adviesbureau Lüning en De Nijs Bouw en Ontwikkeling zijn ervan overtuigd dat je alleen stappen kunt maken door samen te werken. Samen legden zij de basis voor een nieuw duurzaam houtbouwconcept: Tim®.

Hoewel hout al eeuwenlang als bouwmateriaal wordt gebruikt, is het realiseren van volledig houten gebouwen nog relatief nieuw. En dat is eigenlijk vreemd, want hout kent enorm veel voordelen: het is snel, sterk, duurzaam en heeft een veel lagere CO₂‑footprint dan bouwen met staal en beton. Tegelijkertijd zijn er ook uitdagingen. Hoe ga je om met brandveiligheid? Hoe beperk je de risico’s van vocht? En wat betekent een houten gebouw voor de akoestiek?

De Nijs gelooft dat houtbouw een steeds belangrijkere rol gaat vervullen en kiest daarom bewust voor een pioniersrol. “Die rol kunnen we niet alleen vervullen,” vertelt Niek Schaap, projectontwikkelaar bij De Nijs. “We hebben partijen nodig die hier ook voor openstaan en samen met ons een onderzoekende houding willen aannemen. Wat kan wel met hout? Wat kan niet? Waar lopen we tegenaan? Welke problemen kunnen we aan de voorkant al wegnemen? Die vragen kun je alleen beantwoorden als je samenwerkt.”

“Als je niet deelt, kun je ook niet vermenigvuldigen.”

Twee partijen haakten aan: LEVS Architecten en adviesbureau Lüning. “LEVS staat bekend om haar kennis van woningbouw en de bijbehorende uitdagingen in complexe stedelijke context, en Lüning weet alles over houten constructies, modulair en circulair bouwen én over brandveiligheid, akoestiek en vocht,” vertelt Niek. “Als De Nijs weten wij hoe we moeten bouwen. Samen vormen we een gouden driehoek waarin het heel vertrouwd voelt om kennis en kunde met elkaar te delen vanuit een lerende en open sfeer. Als vanzelf rolde daar een concept uit: Tim®.”

Knopen

Bijzonder is dat het concept ontstond voordat er een concrete opdracht was. “Vanuit de opgave van het wonen en de bijbehorende woonkwaliteit hebben we diverse plattegronden ontwikkeld, waarbij we aan de voorkant al kritische knopen hebben opgelost,” vertelt architect Jurriaan van Stigt, partner bij LEVS Architecten. “Met ‘knopen’ bedoelen we standaard verbindingen, bijvoorbeeld tussen vloeren en wanden of tussen balken en kolommen. In deze knopen hebben we alle vraagstukken rondom geluid, brand en draagkracht integraal opgelost. Het is de blauwdruk geworden voor volgende gebouwen.”

“Gedurende de rit leren we van alles.”

Boeierstraat Purmerend

Een van de eerste projecten waarin het concept Tim® in de praktijk wordt toegepast, bevindt zich aan de Boeierstraat in Purmerend. “Tijdens het proces leren we ontzettend veel,” vult Rudi Roijakkers, senior adviseur bij adviesbureau Lüning, aan. “Alle kennis die we opdoen nemen we mee, zodat we morgen de 2.0‑versie van onszelf kunnen zijn. De kracht zit in de detaillering. Straks maakt het niet meer uit of we een gebouw van vier verdiepingen maken of een gebouw van veertig meter hoog. Nu deze knopen zijn opgelost, kunnen we alles samenstellen.”

Brandveiligheid en vocht

Met Tim® vervullen de drie partijen gezamenlijk een pioniersrol. “De huidige normen zijn nog niet toegespitst op deze bouwmethodiek,” legt Rudi uit. “Het vraagt extra kennis en inzet om details scherp te onderzoeken en te monitoren. Hoe zit het bijvoorbeeld met brandveiligheid? En hoe voorkom je vocht? Dat zijn vraagstukken waar verzekeraars grote zorgen over hebben.” Het voordeel van deze pioniersrol is dat de partijen aan de voorkant kunnen meedenken. “We brengen onze nieuwe kennis in bij normcommissies en dagen hen uit om hier verder over na te denken. Inmiddels zijn we zelf alweer een stap verder en focussen we ons op de detaillering.”

Een risicovolle plek in houtbouw zijn koudebruggen: punten waar buiten overgaat in binnen. Om deze te voorkomen, moest het ontwerp worden aangepast. “Daarnaast zijn we ons er volledig van bewust dat het hout droog moet blijven, zowel vooraf als tijdens de bouw,” vervolgt Rudi. “Hoe doen we dat? En hoe maken we dat praktisch, haalbaar en opschaalbaar? Dat zoeken we nu samen uit. En juist dat samen uitvinden is het allerleukste wat er is.”

Eén oplossing: duurzaam bouwen

De drie pioniers halen veel energie uit dit project. “Enerzijds is er een grote woningopgave, anderzijds spelen er grote uitdagingen op het gebied van klimaat en is er een tekort aan technische vakmensen,” neemt Niek weer het woord. “Er is maar één oplossing: slimme, duurzame gebouwen maken. Betonbouw kennen we inmiddels wel. Maar hoe kan het anders? Beter? Sneller? Slimmer? Daar samen over nadenken en dat samen uitvinden is het leukste wat er is.”

“Met Tim® hebben we een slimme en efficiënte manier van bouwen ontwikkeld, met een veel lagere CO₂‑uitstoot én waarbij minder mensen nodig zijn,” besluit hij. “Dat werkt inspirerend en dat vinden we mooi. Daarom willen we onze nieuwe kennis volop delen. Want als je niet deelt, kun je ook niet vermenigvuldigen. Misschien kunnen we beton‑ en staalbouw aanzetten om anders naar de bouwopgave te kijken. Wellicht wordt de stelregel wel: beton waar het moet, hout waar het kan. En daar zijn wij klaar voor.”

Stadgenoot en De Nijs zetten samen de schouders onder woningbouw voor Amsterdam

Het project Kubus Katrijp is nog niet eens opgeleverd of de volgende samenwerking tussen woningcorporatie Stadgenoot en De Nijs staat alweer klaar. Zowel in de Van der Kunbuurt als in Hoekenes starten binnenkort nieuwe projecten. De samenwerking bevalt Stadgenoot uitstekend. “De Nijs is proactief, zorgvuldig, open en gedegen,” zegt directeur Egbert Dekker. “Dat is zeer prettig samenwerken en smaakt dus naar meer.”

Egbert Dekker is directeur Vastgoed en Ontwikkeling bij de Amsterdamse woningcorporatie Stadgenoot; een functie die uitstekend bij hem past. “Ik woon in Amersfoort, maar werk al jarenlang met ontzettend veel plezier in Amsterdam,” begint hij. “Deze stad heeft een geheel eigen dynamiek en brengt flinke uitdagingen met zich mee. We hebben te maken met beperkte ruimte, diverse culturen en andere grootstedelijke opgaven. Dat maakt het leuk.” Dat vinden ze bij Stadgenoot niet alleen; ook voor De Nijs is dit type binnenstedelijke ontwikkeling op het lijf geschreven. “We werken al jaren naar goede tevredenheid met elkaar samen.”

Volgens Egbert zit die goede samenwerking onder andere in de proactieve houding van De Nijs. “Daarnaast is deze aannemer zorgvuldig en gedegen,” zegt hij. “Ze komt met voorstellen en neemt haar verantwoordelijkheid. Dat werkt prettig samen.”

“Dat is zeer prettig samenwerken en smaakt dus naar meer”

Kubus Katrijp

Kubus Katrijp is een van de projecten waarvoor Stadgenoot een partner zocht. “Dit project bevindt zich in Amsterdam-Noord en bestaat uit 257 woningen, waarvan 152 sociale huurwoningen en 105 koopwoningen,” vervolgt Egbert. “Om dit project te realiseren hebben we een tender uitgeschreven, die De Nijs heeft gewonnen.” Voor De Nijs was het project tweeledig: het bedrijf ontwikkelde de koopwoningen en bouwde voor Stadgenoot de sociale huurwoningen, die turnkey werden opgeleverd.

En dat heeft De Nijs volgens Dekker goed gedaan. “Er lag al een schetsontwerp, maar verder heeft De Nijs alles opgepakt,” zegt hij. “Van planologische ontwikkeling tot het aanvragen van de omgevingsvergunning en alle zaken rondom de bouw. Dat gebeurde uiteraard voortdurend in overleg. Ook wanneer wij wensen of eisen hadden, kwam De Nijs met nette voorstellen. Dat ging uiterst oplossingsgericht.”

“Ik moet toegeven dat ik onder de indruk ben van wat hier is gerealiseerd.”

Indrukwekkend

Inmiddels is het project bijna afgerond. “Ik moet toegeven dat ik echt onder de indruk ben van wat hier is gerealiseerd,” stelt Dekker. “Het volume is indrukwekkend en bovendien is de uitvoering zeer zorgvuldig en gedetailleerd gedaan. Ik kom niet heel vaak in die hoek van de stad, maar als ik er ben, kijk ik mijn ogen uit. Dat moet voor de toekomstige bewoners ook een heel fijne plek zijn.”

Hoekenes

Voor Stadgenoot smaakt de samenwerking met De Nijs dus naar meer. “Er staan zelfs al twee nieuwe projecten op stapel,” voegt Egbert lachend toe. “Een daarvan is Hoekenes. Daar gaan we 88 kleine duplexwoningen slopen, zodat hier ongeveer 150 nieuwe woningen kunnen worden gebouwd.” De nieuwe woningen worden verhuurd in het middensegment en daarnaast komen er koopwoningen, die via De Nijs worden verkocht. “Dit wordt dus opnieuw een samenwerking in bouwen en ontwikkelen. Precies waar De Nijs goed in is.”

Het laatste project bevindt zich langs de Amstel. “Dat is in de Van der Kunbuurt, vlak bij station Amstel,” vertelt Egbert Dekker. “Het wordt een groot project waarbij De Nijs 400 sociale huurwoningen gaat realiseren. Direct hiernaast bouwt Ballast Nedam nog eens 365 woningen.” Alles bij elkaar levert dit een belangrijke bijdrage aan de grote woningbehoefte van de stad. “Soms blijf ik me daar zelf ook over verbazen,” besluit Dekker. “Maar het is gewoon zo: zo’n stad is nooit af.”