Project Noorderlicht is aanwinst voor Warmenhuizen
Noorderlicht is een nieuwe wijk op de grens van Warmenhuizen en Tuitjenhorn waar tot grote tevredenheid wordt gewoond door starters, ouderen en vluchtelingen uit Oekraïne. Een mooi resultaat van een mooi bouwproces. “Met nauwelijks opleverpunten, een minimale hoeveelheid bouw‑ en sloopafval én een fantastische samenwerking met de omgeving is dit een heel positief project,” vertelt uitvoerder Bart Deen. “Ik zou het zo weer doen.”
Het project Noorderlicht is een woningbouwproject met een breed maatschappelijk doel. De eerste fase van het project richtte zich op het bieden van onderdak aan de grote stroom vluchtelingen uit Oekraïne. De tweede fase – die werd opgeleverd in 2025 – richtte zich meer op starters en ouderen uit Warmenhuizen, Tuitjenhorn en omgeving. “De Nijs heeft hier in opdracht van woningcorporatie Wooncompagnie 62 beneden‑bovenwoningen gerealiseerd,” vertelt Bart Deen. Hij is uitvoerder en richt zich met name op de middelgrote werken. Project Noorderlicht is hem op het lijf geschreven. “Deze beneden‑bovenwoningen zijn gerealiseerd als traditioneel bouwproject,” licht hij toe. “Met kalksteenwanden, betonnen vloeren en dakpannen. Het is heel mooi geworden.”
Focus op oplevering
Al tijdens het project werden heldere afspraken gemaakt over de oplevering. “Nog voordat de woningen definitief werden opgeleverd, is overgegaan tot een vooropname,” licht Bart toe. “Samen met een 
op
zichter vanuit de woningcorporatie is een inspectie uitgevoerd. Naar aanleiding van deze inspectie konden vrijwel alle punten al worden opgelost.” Het woningbouwproject bestaat uit acht blokken en bij twee blokken waren zelfs helemaal geen opleverpunten. “Dat was een heel mooi en prettig verlopen opleverproces.”
Geen bouw‑ en sloopafval
Waar Bart ook met trots op terugkijkt, is het proces rondo
m de afvalscheiding op de bouwplaats. “De bouwplaats bevindt zich midden in een wijk,” zegt hij. “Hoe kun je dan toch goed afval scheiden? Daar hebben wij samen met afvalverwerker GP Groot over nagedacht vanuit een stellig uitgangspunt: géén bouw‑ en sloopafval. Dat is een ontzettend ambitieus doel. Hoe konden we dat bereiken?”
De oplossing werd gevonden in het gebruik van rolcontainers van 1100 liter en gaascontainers van 2850 liter. “Voor iedere afvalstroom werd een aparte container gebruikt: een container voor folie, een container voor tempex, een container voor harde kunststoffen zoals PVC en zelfs een aparte container voor alle bandjes rondom de kalkzandstenen.”
Maar met uitsluitend aparte containers ben je er niet. Het correct scheiden van afval zit ook in gedrag. “Daarom hebben wij ervoor gezorgd dat de bakken altijd in de buurt stonden,” stelt Bart. “Afval scheiden moet je zo gemakkelijk mogelijk maken. Dat vraagt om goede voorbereiding, voldoende ruimte en duidelijke sturing. En dat hebben we goed gedaan.”
“Voor iedere afvalstroom werd een aparte container gebruikt.”
En of het project volledig zonder bouw‑ en sloopafval is gerealiseerd? “Nee,” moet Bart toegeven. “Dat zou een utopie zijn. Maar we hebben het wel enorm teruggedrongen. Het bouw‑ en sloopafval dat er nog wél was, hebben we afgevoerd met een perscontainer. Het grote voordeel daarvan was dat deze veel minder vaak geleegd hoefde te worden. Daardoor waren ook veel minder vervoersbewegingen nodig.”
Thuiswedstrijd
Voor De Nijs was het lokale project een fantastische thuiswedstrijd. “Zo’n nieuwe wijk betekent veel voor het dorp,” besluit Bart. “Inmiddels wordt hier fijn gewoond. De jeugd heeft een plek gevonden. En voor onze jongens was het ook een leuk project om aan te werken. Sommigen kwamen zelfs op de fiets! Mogelijk vindt in de toekomst in dit gebied nog een verdere ontwikkeling plaats. Dat zou heel mooi zijn. Wij zijn erbij. Zo’n project zou ik zo weer doen!”


