Vakmanschap ten top bij restauratie Slachthuis Haarlem

Voorheen was het een slachthuis, straks een bruisend gebied waar wonen, werken en recreëren samenkomen. Vanwege de rijke geschiedenis hebben alle panden een monumentale status. Het uitgangspunt is dan ook: behoud waar het kan, alleen nieuw als het moet. De transformatie vraagt daarom om vakmanschap, kennis van oude materialen, creatief timmerwerk én een flexibele houding.

Uitvoerder Antoine Terluin en zijn team startten een jaar geleden met de renovatie en restauratie van het Slachthuis in Haarlem. Wie goed kijkt, herkent nog steeds de stallen waar dieren tijdelijk werden ondergebracht, de slachtruimtes en de diverse koelruimtes. Veel details blijven behouden, zodat ze de verhalen uit de geschiedenis blijven illustreren. Tegelijkertijd was een grootschalige ingreep noodzakelijk om het gebied straks een nieuwe bestemming te kunnen geven.
“De enorme gebouwen waren er heel slecht aan toe,” vertelt Antoine. “Alles was dichtgetimmerd, oud en verrot. Er waren nauwelijks ramen of daglicht; het was een enorm donkere bedoening.”

Daar zal straks niets meer van te merken zijn. Onder het dak van de voormalige slachterij komen onder andere twee restaurants, diverse kantoren en een sportschool. “Voor die nieuwe functies moet het volledige gebouw worden geïsoleerd. Nieuwe aansluitingen zijn essentieel, er zijn akoestische oplossingen nodig en er moet daglicht worden toegevoegd.”

Behoud waar het kan, alleen nieuw als het moet

En dan wordt het ingewikkeld…

Enerzijds moeten zoveel mogelijk originele onderdelen behouden blijven, terwijl het tegelijkertijd noodzakelijk is om nieuwe elementen toe te voegen, zoals isolatie, vloerverwarming, verlichting en duurzame oplossingen.
“Juist dát maakt dit project zo leuk,” vervolgt Antoine. “Ik hou van moeilijke werken. Waar je bij nieuwbouw precies maakt wat op de tekening staat, is dat bij restauratie onmogelijk. Je komt altijd onverwachte dingen tegen en daar moet je iets mee.”

De meterkast

Een van die uitdagingen was de meterkast. “Een meterkast heeft een minimale diepte van veertig centimeter en zo was het ook ingetekend,” legt Antoine uit. “In de praktijk bleek dat niet te passen; dan zouden we door de buitengevel gaan. Dat was natuurlijk geen optie.”
Samen zocht het team naar een alternatief. “Wat kan wél? Nu ligt de kast een aantal centimeters verder naar binnen. Niet zoals op de tekening, maar praktisch opgelost én esthetisch mooi uitgevoerd. Wij zien dat niet als problemen, maar als leuke uitdagingen. Er is altijd een oplossing te bedenken, zolang je maar met elkaar in gesprek blijft.”

De buurt

De bouwlocatie van het Slachthuis bevindt zich midden  in een gloednieuwe woonwijk. Dat vraagt om goede communicatie met de omwonenden. “Gelukkig is de buurt ontzettend positief over dit project”, vertelt Antoine. “Eerst keken zij tegen een groot, donker, lekkend hol aan. Dat was een doorn in het oog. Straks wordt het een bruisende plek waar zij ook fijn kunnen recreëren. Daar kijken ze wel naar uit.’’ Natuurlijk geeft een bouwlocatie ook overlast. “Daarom hebben we hen vanaf het begin zo goed mogelijk meegenomen. Dat oogstte volop positieve reacties. Ze vinden het super dat het opknapt. Inmiddels ken ik de buurtgenoten goed. Elke maand breng ik een nieuwsbrief uit waarin ik hen op de hoogte breng van de vorderingen. Dat contact verloopt heel goed. Bovendien zit er voor ons nóg een positieve kant aan: zij zijn mijn ogen en oren op de bouwplaats. Mocht iets gebeuren, kunnen we heel snel schakelen. Ook dat is super fijn.”

Muren van zeventig centimeter dik

Ook tijdens het sloopproces dook een bijzondere uitdaging op. “De muren waren hier wel zeventig centimeter dik,” vertelt Antoine. “Dan moet je heel weloverwogen te werk gaan om de constructieve veiligheid te behouden, terwijl je grote openingen wilt maken. We hadden er een zaagblad van 180 centimeter doorsnede bij nodig. Dat zijn spannende, maar ook fantastische momenten. En het resultaat mag er zijn.”

Collega’s Benno en Sander, beiden timmerman, delen dat enthousiasme. “Zo’n werk is prachtig,” vertelt Benno vanaf de steiger op het dak van de watertoren op het Slachthuisterrein. “Vooraf weet je nooit precies wat je aantreft. Hier bleek bijvoorbeeld een deel van de draagbalken verrot. Sander heeft daar met nieuw hout een passend stuk in gemaakt. Behoud gaat altijd voor nieuw, maar soms is behoud simpelweg niet mogelijk. Dan moet je op zoek naar een passende oplossing. En dát is vakmanschap.”

Hij vervolgt: “Dit is prachtig timmerwerk. Kijk bijvoorbeeld naar de dakgoten van het voormalige Slachthuis; die zijn echt mooi geworden. Datzelfde geldt voor de lichtstraten die we hebben aangebracht. Straks ontstaat hier een prachtige passage. En als deze watertoren straks uit de steigers is, is dat echt een plaatje.”

Ook Antoine kijkt met trots naar het werk. “Moet je die natuurstenen neuten zien,” zegt hij. “Kun je zien welke nieuw zijn en welke origineel? Een aantal was zo beschadigd dat vervanging noodzakelijk was. Die hebben we speciaal opnieuw laten maken van natuursteen. Technisch nieuw, maar zo goed uitgevoerd dat je het nauwelijks ziet. Je moet het echt weten.”
“Oud en nieuw zijn in dit gebouw overal met elkaar verweven. Soms moest je met nieuwe technieken juist het oude herstellen. Dat maakte dit werk zo bijzonder. Ik zou hierna gerust nog zo’n project willen doen. Kom maar door!”