De Nijs pakt door met hein en guus
Geen tijd. Geen zin. Iets “even snel willen doen”. Aan veel onveilige situaties ligt gedrag ten grondslag. Om elkaar aan te spreken op dit gedrag, werkt De Nijs met de methodiek hein en guus. Deze methode wordt ingezet om het veiligheidsbewustzijn te vergroten en wordt straks ook uitgerold naar gesprekken over kwaliteit, duurzaamheid en samenwerken.
De Nijs maakte bewust de keuze voor het programma van hein en guus. “Veiligheidsregels hebben we al genoeg,” vertelt Wendy Stam, KAM‑manager bij De Nijs. “Daar waren we niet naar op zoek. Wel voelden we behoefte aan een methodiek om gedrag bespreekbaar te maken. Collega’s weten dat ze hun veiligheidsbril, veiligheidsschoenen en gehoorbeschermers moeten dragen, maar toch gebeurt dat niet altijd. Wie daarnaar vraagt, krijgt vaak een excuus. De methode hein en guus geeft hulpmiddelen om daarover het gesprek aan te gaan. We spreken elkaar aan op excuses en geven het gewenste voorbeeld.”
Vanuit hein is Arjan Dietz als trainer verbonden aan De Nijs. “We zijn nu tweeënhalf jaar met elkaar onderweg,” vertelt hij. De trainer uit Krommeniedijk is gespecialiseerd in leiderschap, psychologie en gedrag. “Praten over veilig gedrag leer je niet van de ene op de andere dag. Dat vraagt om een cultuurverandering en daarvoor is tijd nodig. Inmiddels kunnen we stellen dat iedereen binnen De Nijs kennis heeft gemaakt met hein en guus. Ze kennen de methodiek en moeten nu vooral de stap maken om hier zelf mee te oefenen.”
Eigenwijs De Nijs
Dat proces zorgt soms voor frictie en weerstand. “Bij De Nijs werken types die over het algemeen wat eigenwijzer zijn dan gemiddeld,” neemt Wendy weer het woord. “Dat is ook niet vreemd; wij maken projecten die niet standaard zijn. Dat vraagt om doeners, collega’s die problemen aanpakken en denken in oplossingen. Kortom: eigenwijze types. Dat leidt in de meeste gevallen tot prachtige resultaten, maar staat in dit geval soms haaks op de uitgangspunten van hein en guus. Die methodiek vraagt om een andere aanpak en dat schuurt weleens.”
En toch is er hoop. “Het interessante is dat de jonge garde de methodiek gemakkelijker eigen maakt,” vervolgt Wendy. “Zij zijn open en onbevangen en kunnen collega’s meenemen in het goede voorbeeld. Dat is mooi, maar daarmee ben je er nog niet. Ook de gevestigde orde moet mee in onze cultuurverandering. Daar schuurt het soms. Maar zonder wrijving geen glans. We zijn goed op weg, al vraagt het om een lange adem.”
“Het interessante is dat de jonge garde de methodiek gemakkelijker eigen maakt.”
Bob jij of Bob ik?
Daar sluit Arjan zich bij aan. “Toen de overheid de Bob‑campagne lanceerde, moesten we daar ook allemaal aan wennen,” maakt hij de vergelijking. “Met hein en guus is dat net zo. Als je het gedachtegoed eenmaal echt eigen hebt gemaakt, wordt het vanzelfsprekend. Maar daar gaat nu eenmaal tijd overheen.”
In projecten werkt De Nijs intensief samen met onderaannemers. Ook van hen wordt verwacht dat zij veilig werken en elkaar aanspreken op veiligheidsgedrag. “Dat ondervangen we aan de voorkant,” licht Wendy toe. “Sinds enkele jaren werken we met voorkeursleveranciers: partijen waarmee we een samenwerkingsovereenkomst hebben, inclusief gedragsafspraken. Daarin spreken we af hoe we met elkaar over veiligheid in gesprek gaan. Daar mogen we elkaar aan houden en, als het nodig is, op aanspreken. Want veilig werken gaat verder dan alleen onze eigen mensen. Dat lukt alleen als we het samen doen.”
De doelstelling is dat alle collega’s van De Nijs steeds vaardiger worden in het gedachtegoed van hein en guus. “Dit hulpmiddel is voor iedereen toepasbaar,” stelt Wendy. “Wat doe ik? Waar voel ik weerstand? Wat zijn mijn excuses? Die vragen kun je stellen bij alle werkzaamheden, dus ook op kantoor.”
En daarmee zet De Nijs binnenkort een volgende stap. “Binnen hein en guus onderscheiden we drie fasen: ontdek hein, leer hein en verdiep hein,” vertelt Wendy. “Op het gebied van veiligheid zijn we zover dat we kunnen verdiepen. Daarnaast gaan we komend jaar verder ontdekken wat hein voor ons kan betekenen op het gebied van kwaliteit, duurzaamheid en integrale samenwerking. En ook daarin heeft iedereen een rol.”


