Nieuwe regels voor warmtepompen vanaf 2027

Vanaf 1 januari 2027 veranderen de Europese regels voor warmtepompen ingrijpend. De wijziging richt zich niet op de warmtepomp zelf, maar op het koudemiddel dat daarin wordt toegepast. Nieuwe installaties moeten straks gebruikmaken van koudemiddelen met een zeer lage milieubelasting (GWP ≤ 150). Dit betekent in de praktijk het einde van veel gangbare middelen zoals R32 en een verschuiving richting natuurlijke alternatieven, zoals propaan (R290).

Nieuwe eisen voor ontwerp en plaatsing

Deze ontwikkeling heeft directe gevolgen voor bouwprojecten. De belangrijkste verandering is dat het nieuwe koudemiddel vaak brandbaar is. Daardoor worden strengere eisen gesteld aan de positionering en inpassing van warmtepompen. Zo moeten buitenunits voldoende afstand houden tot gevelopeningen, mogen ze niet in afgesloten ruimtes worden geplaatst en is goede ventilatie essentieel om risico’s bij lekkage te beperken.

Daarnaast is een duidelijke verschuiving zichtbaar van split-systemen naar monoblock-opstellingen. Hierbij bevindt het koudemiddel zich volledig in de buitenunit en loopt er in de woning alleen nog een waterleiding. Dit biedt voordelen voor de veiligheid binnenshuis, maar vraagt juist meer aandacht voor de buitenruimte, zoals opstelzones, geluid, draagconstructie en visuele integratie in het ontwerp. Dit speelt met name bij seriematige woningbouw.

Installatietechniek eerder aan tafel

Voor ontwikkelende en bouwende partijen betekent dit dat installatietechniek eerder en nadrukkelijker onderdeel wordt van het ontwerpproces. Keuzes rond positie, bereikbaarheid en inpassing van warmtepompen moeten al in de VO-fase worden meegenomen om latere knelpunten in uitvoering en beheer te voorkomen.

In de praktijk speelt daarbij dat diverse bouwprojecten zich momenteel in de afronding van het technisch ontwerp bevinden, waarbij nog is uitgegaan van ‘oude’ uitgangspunten, terwijl de levering van warmtepompen pas na 1 januari 2027 plaatsvindt. Dit vraagt om anticipatie op de aankomende wetgeving, terwijl projecten al in opdracht zijn, bouwvergunningen zijn verleend en verkoopstukken soms al gereed zijn.

Vooruitkijken voorkomt vertraging

Kortom, de wijziging lijkt op het eerste gezicht technisch van aard, maar heeft een duidelijke bouwkundige impact. Dit vraagt om een andere benadering in het ontwerpproces, waarbij installatietechniek integraal wordt meegenomen en vroegtijdig wordt geanticipeerd op toekomstige regelgeving. Door hier proactief op te sturen, kunnen vertragingen en herontwerp in latere fases worden beperkt en ontstaat meer grip op zowel kwaliteit als uitvoerbaarheid van projecten.